|
- Regelmatig controleren van de bandenspanning
- Het meten van de profieldiepte
Daarnaast zijn er een aantal diensten die de slijtage van je band en daarmee het rijgedrag van je auto kunnen beïnvloeden:
En natuurlijk hoeft de band niet altijd vervangen te worden, er is ook nog een andere mogelijkheid:
Bandenspanning
controleren van de bandenspanning
Eén van de belangrijkste factoren die de eigenschappen van een band bepalen, is de bandenspanning. De bandenspanning dient altijd goed te zijn, want een te lage bandenspanning heeft veel nadelen:
- het verhoogt je brandstofgebruik
- het geeft een slecht weggedrag
- de band slijt verkeerd
- het geeft een slecht rijcomfort
- het belast de band te veel
- het zorgt voor oververhitting.
De 'standaard' bandenspanning is voor elke bandmaat weer anders en wordt bepaald door de bandenfabrikanten.
Stap 1:
Als je tankt, controleer dan ook eens je banden!
Op de meeste tankstations kan je zelf je bandenspanning controleren. Bij het rijden worden je banden warm en loopt de spanning op. Controleer je banden daarom voordat je meer dan drie kilometer heeft gereden of laat ze eerst een kwartiertje afkoelen.
Stap 2:
Wat is de gewenste spanning?
De fabrikant heeft voor je auto de juiste bandenspanning vastgesteld. Kijk daarvoor in het instructieboekje. Meestal staat de juiste spanning vermeld in de deurpost van het bestuurdersportier of aan de binnenkant van de tankklep.
Bij de meeste benzinestations vind je ook een bord met daarop voor alle automerken en -types de correcte spanningen. Er worden twee spanningen vermeld: die bij normale en die bij volle belasting van de auto. Vaak zijn de spanningen voor de voor- en achterbanden verschillend.
Stap 3:
Meet de huidige spanning.
Verwijder het ventieldopje. Zet de spanningsmeter op het ventiel en lees de spanning van de band af. Er zijn in België verschillende soorten apparatuur in gebruik. Zo kan het voorkomen dat je de gewenste spanning vooraf moet instellen.
Stap 4:
Breng de band op de juiste spanning.
Is de spanning te laag, dan kan je door middel van het indrukken van een handvat of knop extra lucht in de band laten lopen. Blijf lucht toevoegen tot de juiste spanning is bereikt. Herhaal dit bij alle vier de banden. Vergeet niet je reserveband. Breng deze op de hoogste geadviseerde spanning.
Bij apparatuur waar je vooraf de gewenste spanning moet instellen gebeurt het bijvullen automatisch.
Voor een correcte spanning dien je de banden in 'koude toestand' te meten. Met een onjuiste bandenspanning slijten banden veel sneller. Zo slijten banden die 30% onderspanning hebben anderhalf keer zo snel. Bovendien is met een onjuiste bandenspanning het brandstofverbruik onnodig hoog.
Profieldiepte
Voor het afvoeren van vocht, zoals regenwater, is voldoende profieldiepte op de band van levensbelang. Bij een nat wegdek geldt: hoe meer profiel er op een band zit, hoe meer en hoe beter het water afgevoerd kan worden. Je hebt dan veel meer grip op de weg en een kortere remweg. Kortom: veel meer veiligheid voor je, je passagiers en je medeweggebruikers. Laat daarom de profieldiepte van je banden regelmatig controleren bij je bandenspecialist. Voor betere rijeigenschappen en grotere veiligheid adviseren zowel bandendeskundigen als consumenten- en verkeersveiligheid-organisaties de banden bij 2 millimeter te laten vervangen. Want: 2 millimeter is het einde!
Uitlijnen
Wielen zijn, voor een goede bestuurbaarheid en een minimale bandenslijtage, onder een bepaalde hoek geplaatst. Bij een aanrijding of wanneer de band bijvoorbeeld tegen een stoeprand wordt gereden, kunnen er afwijkingen ontstaan. Wieluitlijning - het meten en corrigeren van de wiel- en asstanden - is dan noodzakelijk.
Balanceren
Een band kan ongelijkmatig slijten en het stuur kan hinderlijk gaan trillen wanneer de band/wiel-combinatie in onbalans is. Met behulp van moderne balanceerapparatuur wordt de grootte en positie van de onbalans bepaald. Vervolgens kan de exacte hoeveelheid balanceerlood op de juiste plaats aangebracht worden.
|