- Elke bestuurder moet zijn snelheid aanpassen zoals vereist naargelang de aanwezigheid van andere weggebruikers (in het bijzonder de meest kwetsbaren), de weersomstandigheden, de plaatsgesteldheid, haar belemmering, de verkeersdichtheid, het zicht, de staat van de weg, de staat en de lading van zijn voertuig. Zijn snelheid mag geen oorzaak zijn van ongevallen, noch het verkeer hinderen.
- Elke bestuurder moet, rekening houdend met zijn snelheid, tussen zijn voertuig en zijn voorligger een voldoende veilige afstand houden.
- Elke bestuurder moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien.
- Geen enkele bestuurder mag de normale gang van andere bestuurders hinderen door abnormaal traag te rijden wanneer daar geen geldige reden toe is, of door plots te remmen wanneer dit niet om veiligheidsredenen vereist is.
- De bestuurder die de snelheid van zijn voertuig aanzienlijk wil verminderen, moet dit voornemen kenbaar maken door middel van de stoplichten wanneer het voertuig ervan voorzien is, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm.
- Elke bestuurder moet vertragen wanneer hij trek-, last- en rijdieren of vee op de openbare weg nadert. Hij moet stoppen indien deze dieren tekenen van angst vertonen.
- Het is verboden een bestuurder aan te sporen of uit te dagen overdreven snel te rijden.
Speciale gevallen met betrekking tot snelheid
1. Zone 30

Maximum 30 km/uur in een zone 30, afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b.
Kom je in een zone 30, dan kan alleen het bord F4b (einde zone 30) een einde maken aan de opgelegde snelheidsbeperking.
Rijd je in een zone 30 en je komt bijvoorbeeld het bord F3 (einde van de bebouwde kom) tegen, dan moet je blijven 30 km/uur rijden tot je het bord F4a (einde zone 30) ziet staan.
2. Zone 50
Maximum 50 km/uur in een zone 50 buiten de bebouwde kom.
3. Woonerf/erf
De maximaal toegelaten snelheid in een woonerf is 20 km/uur.
4 . Een verhoogde inrichting

In bepaalde gevallen mag over een verhoogde inrichting maximaal 30 km/uur gereden worden:
- Altijd wanneer deze verhoogde inrichting zich binnen de 'zone 30' bevindt.
- Op een kruispunt wanneer de verhoging aangekondigd is door bord A14.
- Op andere plaatsten wanneer het aangekondigd is door bord A14 en als bij de verhoogde inrichting bord F87 staat.
kopie.jpg) kopie.jpg)
5 . Slepen van een voertuig
Maximaal 25 km/uur bij het slepen van een auto.
|