Ontmoet Roger van VAB op Facebook
vacatures | adverteren | aansluiten | ledenvoordelen | contact | NLFRENDE
VAB-Rijschool

Algemene info Rijbewijs A

  • Het rijbewijs categorie A is vereist voor alle bestuurders van een motorfiets waarvan de cilinderinhoud groter is dan 50 cm³.
  • Het rijbewijs B, afgegeven voor 1 september 2001, laat het besturen toe van voertuigen categorie A met een maximale cilinderhoud van 125 cm³ en met een maximaal vermogen van 11 KW, dit echter alleen op Belgisch grondgebied.
  • Het rijbewijs B, afgegeven sedert ten minste 2 jaar, is vanaf 1 maart 2007 opnieuw geldig voor het besturen van motorfietsen met een maximaal cilinderhoud van 125 cm³ en met een maximaal vermogen van 11 KW.
  • Het rijbewijs B afgegeven voor 1989 is geldig voor het besturen van voertuigen categorie A.

Wat kan VAB-Rijschool jou bieden?

  1. Praktijkopleiding van 8 uur
  2. Praktijkopleiding van 6 uur
  3. Basisinitiatie voor degenen die wél een rijbewijs hebben, maar te weinig ervaring

Hoe behaal je je rijbewijs A? 

  • Om je rijbewijs voor de motor te halen moet je slagen voor een theorie-examen en een praktijkexamen.
  • De minimumleeftijd voor het behalen van een rijbewijs categorie A is 18 jaar.

Meer informatie over het theorie-examen, de praktijkopleiding en het praktijkexamen

1. Theorie-examen
2. Praktijkopleiding
3. Praktijkexamen

1. Theorie-examen

  • Wil je je voorbereiden op het theoretisch examen, dan kan dit door gebruik te maken van onze gratis theoriemodule en/of via een handboek of CD-Rom, te koop in onze kantoren of via de webwinkel.
  • Het examen zelf omvat 50 vragen. Elke vraag is 1 punt waard. Om te slagen moet je minimum 41 vragen juist beantwoorden.
  • Het theorie-examen blijft 3 jaar geldig.
  • Bereid je je liever voor op het examen door middel van een theorieopleiding door een professionele instructeur, zoek dan een cursus in jouw buurt. Deze cursus behandelt de belangrijkste elementen en nieuwigheden in de wegcode en is specifiek samengesteld voor motorrijders. Hij is zeer nuttig als voorbereiding voor het examen maar ook als basis voor je praktijkopleiding.
  • Voor het theorie-examen zelf neem je contact op met het examencentrum. Je betaalt hiervoor € 15. Vergeet zeker je identiteitskaart niet.

2. Praktijkopleiding

Voor de praktijkopleiding heb je 2 mogelijkheden:

  • Je kiest voor een opleiding via een erkende rijschool. Je dient dan min. 8 uur praktijk te volgen. Je moet dan ook met de rijschool naar het praktijkexamen. Deze formule moet je sowieso volgen indien je zelf nog niet over een motor beschikt. 
  • Je kiest voor een voorlopig rijbewijs model 3: dan moet je min. 6 uur praktijklessen volgen via een erkende rijschool en min. 1 en max. 12 maand rijden met een ‘L’ op je motor. Meer info?

3. Praktijkexamen

Voor het praktijkexamen dien je voorafgaandelijk een afspraak te maken met het examencentrum. Je betaalt aan het examencentrum € 36. Heb je geen volgwagen mee, dan betaal je hiervoor een retributie van € 19.

Tijdens het praktijkexamen zal nagegaan worden of je je voertuig voldoende beheerst en of je een voldoende kennis hebt van het verkeersreglement. 

Het examen op het privéterrein

Je voert op het privéterrein acht basismanoeuvres uit. Volgorde van de manoeuvres:

  1. Voorzorgsmaatregelen bij het afstappen
  2. Voorafgaande controles
  3. Achterwaarts een U-draai maken
  4. Slalom
  5. In lussen rijden
  6. Bocht nemen - ontwijken - precisieremmen
  7. Stapvoets rijden
  8. Bocht nemen - plots remmen

De eerste 3 manoeuvres "Voorzorgsmaatregelen, voorafgaande controles en U-draai" worden uitgevoerd met stilgelegde motor.

De overige manoeuvres "Slalom, lussen, bocht nemen - ontwijken - precisieremmen, stapvoets rijden en bocht nemen - plots remmen" moeten in deze volgorde in een ononderbroken rit uitgevoerd worden.
Tijdens de uitvoering van de manoeuvres 4 tot en met 8 moet je steeds op je zadel blijven zitten en mogen de voeten de grond niet raken.

Wanneer de uitvoering van de manoeuvres als onvoldoende wordt beoordeeld, kunnen de manoeuvres tijdens een tweede poging herbegonnen worden.

1. Voorzorgsmaatregelen bij het afstappen

Je wordt gevraagd om na het verkennen van het parcours, de motorfiets op te stellen in de juiste richting in het witte vak, de motor stil te leggen en af te stappen

2. Voorafgaande controles

De motorfiets op de standaard plaatsen.
De motorfiets op de zijsteun plaatsen kan gebeuren van op de motorfiets of na het afstappen. De motorfiets mag op de centrale voetsteun geplaatst worden, maar dat gebeurt dan wel naast de motorfiets.

Correct dragen van de uitrusting

De examinator zal eveneens nagaan of de uitrusting correct gedragen wordt.
De kandidaat moet uitgerust zijn met:

  • handschoenen
  • een vest met lange mouwen
  • een lange broek of overall
  • een gehomologeerde valhelm volgens de Europese normen
  • laarzen of bottines, die de enkels beschermen

Bedieningsorganen en controle van de onderdelen

Je moet de plaats en het gebruik van de verschillende bedieningsorganen van de motorfiets kennen. Het is belangrijk dat je alle bedieningsorganen van de motorfiets kan gebruiken. Naar een bedieningsorgaan zoeken terwijl je rijdt, kan zeer gevaarlijk zijn. Je moet tevens een aantal technische onderdelen aanduiden en op hun goede staat controleren en je moet de betekenis van de controlelampjes en schakelaars op het dashboard kennen.

3. Achterwaarts een U-draai maken

Je zal met je motorfiets al stappend achterwaarts een U-draai maken tot in het grijze vak. 
Er wordt nagegaan of je :

  • de kijktechniek correct toepast.
  • begrepen hebt wat de wielbasis van de motorfiets betekent.
  • de massa van de motorfiets kan beheersen.
  • een correcte techniek toepast.

4. Slalom  

Dit manoeuvre bestaat uit een slalom uitvoeren door een aslijn te volgen bestaande uit 5 kegels. Je moet zo dicht mogelijk langs deze kegels rijden en je begint links van de eerste kegel. Het examen start met het voorste wiel in de aslijn van de eerste kegel op een afstand van twee meter. Je moet vervolgens:

  • linksdraaiend kunnen starten.
  • onmiddellijk je evenwicht kunnen vinden.
  • de afmetingen van je motorfiets goed kennen.
  • over een goede kijktechniek beschikken.
  • over voldoende evenwicht beschikken om je motorfiets bij een lage snelheid in beweging te houden.
  • de bedieningen vlot kunnen hanteren, d.w.z. koppeling, gas, stuur en achterrem correct kunnen gebruiken.

5. In lussen rijden

Bij dit manoeuvre rijd je tweemaal in de vorm van een acht rond de twee centrale kegels, terwijl je steeds binnen de buitenkegels en de lijnen blijft. Er wordt nagegaan of je:

  • gemakkelijk en met zekerheid kan keren op de openbare weg, zowel langs de linker- als langs de rechterzijde.
  • de afmetingen van je motorfiets en vooral van zijn wielbasis goed kent.
  • de manoeuvreerruimte kan inschatten en over een goede kijktechniek beschikt.
  • de bedieningen vlot kan hanteren: koppeling, gas, stuur en achterrem.

6. Bocht nemen - ontwijken - precisieremmen

Een bocht nemen met 30 km/u

Na het verlaten van de manoeuvreerruimte, waar in lussen werd gereden, en vóór het begin van de halve cirkel, zal de kandidaat naar een hogere versnelling moeten schakelen, behalve bij automatische versnellingen, en een bocht nemen met een minimumsnelheid van 30 km/u.
Er wordt nagegaan of je:

  • in staat bent de bocht te nemen door ten minste de techniek van het tegensturen toe te passen.
  • de kijktechniek correct toepast. 
  • correct op de motorfiets zit.

Ontwijken van een hindernis

Je zal met een minimumsnelheid van 50 km/u, 45 km/u op een nat wegdek, een hindernis links of rechts moeten ontwijken op een terrein in spiegelbeeldopstelling.
Er wordt nagegaan of je:

  • in staat bent op een korte afstand staande of opduikende hindernissen te ontwijken.
  • op je oorspronkelijk traject kan terugkomen.
  • de goede kijktechniek toepast.
  • plotseling kan tegensturen, niet remt tijdens het manoeuvre en zo nodig tijdig ontkoppelt.

Precisieremmen

Na het ontwijken van de hindernis zal je de motorfiets terug in rechte lijn plaatsen en met precisie remmen door het voorwiel te laten stoppen in de cirkel. Indien de motorfiets uitgerust is met een ABS-systeem, mag dit niet in werking treden. De wielen mogen niet blokkeren.
Er wordt nagegaan of je:

  • de remkrachten correct doseert.
  • het ABS-systeem niet in werking laat komen.
  • de plaats waar je wenst tot stilstand te komen nauwkeurig kan bepalen.
  • de motorfiets terug recht kan plaatsen na het manoeuvre “Ontwijken van een hindernis” en dan pas gaat remmen.
  • de juiste kijktechniek toepast.


7. Stapvoets rijden

Je zal met lage snelheid door een smalle doorgang rijden. Het voorwiel van de motorfiets mag de doorgang niet uitrijden voordat minimum 12 seconden verstreken zijn.
Er wordt nagegaan of je:

  • in staat bent om in rechte lijn met een lage snelheid te rijden.
  • de bediening tussen koppeling, gas en indien nodig achterrem kan synchroniseren.
  • de juiste kijktechniek toepast.
  • een goede zithouding op de motorfiets aanneemt.

8. Bocht nemen - plots remmen

Een tweede bocht met 30 km/u

Dit manoeuvre bestaat uit het nemen van een bocht voor de tweede maal onder dezelfde voorwaarden als voorheen.

Plots remmen

Op het einde van de tweede bocht moet je versnellen naar minstens 50 km/u, zowel op droog als nat wegdek. Eens voorbij de snelheidsmeter moet je zo remmen dat je op een zo kort mogelijke afstand tot stilstand komt. Het belangrijkste is dat je zo kort mogelijk remt zonder je evenwicht te verliezen en zonder te vallen. Indien de motorfiets uitgerust is met een ABS-systeem, maakt het niet uit of dit wel of niet in werking treedt.


Het examen op de openbare weg

Na een geslaagd examen op het privéterrein, word je tot de openbare weg toegelaten waar de examinator je rijvaardigheid in het verkeer zal beoordelen.
Je rijdt voorop en de examinator volgt in een personenwagen. Bij middel van radiocontact sta je met elkaar in verbinding. De examinator geeft aanduidingen omtrent de te volgen weg.
Zolang hij niets zegt, volg je de rijbaan waarop je je bevindt. Wanneer je van richting moet veranderen, naar links of naar rechts, zal de examinator dit tijdig melden op de volgende wijze: "aan het volgende kruispunt links afslaan". De examinator zal je nooit in een valstrik lokken.

Indien je de opdrachten niet meer hoort, stop je zo vlug mogelijk op reglementaire wijze en geef je een teken met de arm. Indien de examinator een defect vaststelt in de verbinding, zal hij je verwittigen en moet je eveneens stoppen. De proef moet afgelegd worden met inachtneming van de verkeersregels in een aan het verkeer aangepaste snelheid. Aan de kruispunten mag je de voertuigen die stilstaan in het verkeer niet voorbijrijden. Je moet achter het laatste voertuig blijven staan zodat de examinator je steeds onmiddellijk kan volgen. Indien je merkt dat er tussen jullie beiden een voertuig is komen rijden, vertraag je en houd je zoveel mogelijk rechts, zodanig dat dit voertuig je kan voorbijrijden. Mocht je mekaar uit het zicht verliezen, zal de examinator je de nodige instructies via de radio geven.

Teneinde je kennis te laten maken met het examengebeuren, zal de examinator geen rekening houden met de lichte fouten die je zou kunnen maken tijdens het begin van het examen. Indien je niet voldoende deelneemt aan het verkeer, kan de examinator je examen niet beoordelen. 

Proficiat, je bent geslaagd voor het praktijkexamen!

De examinator geeft je een "Aanvraag om een rijbewijs". Met dit document ga je bij het gemeentebestuur je rijbewijs afhalen. Een bedrag van € 16 (€ 11 indien je reeds in het bezit bent van een rijbewijs) zal je aangerekend worden (contant, overschrijving, bancontact, ...).
Tevens moet je 2 pasfoto's afgeven.

Opgelet: De aanvraag om een rijbewijs laat niet toe te rijden. Je moet houder en drager zijn van een rijbewijs. De aanvraag om een rijbewijs moet binnen de 3 jaar na het geslaagd praktijkexamen ingediend worden. Zoniet moet je opnieuw scholing volgen en slagen voor een nieuw theorie- en praktijkexamen.

Je bent niet geslaagd voor het praktijkexamen...

Wanneer je niet geslaagd bent voor het praktijkexamen mag je je niet opnieuw aanbieden voor een nieuw examen de dag zelf.

Wanneer je niet geslaagd bent voor het examengedeelte op de openbare weg, zal het examengedeelte op het privéterrein, waarvoor je geslaagd bent, niet meer herbegonnen moeten worden, indien je een nieuw praktijkexamen aflegt met een voertuig van dezelfde categorie, binnen een termijn van maximum 1 jaar, die ingaat de dag waarop je voor het examengedeelte op het privéterrein bent geslaagd en indien je geslaagd theorie-examen op dat ogenblik nog geldig is (minder dan 3 jaar oud).

Het examenvoertuig

Het examenvoertuig moet: 

  • Ofwel een motorfiets zijn zonder zijspan met een cilinderinhoud van méér dan 120 cm³ en een minimumvermogen van 20 kW en een maximum vermogen van 25 kW. Het moet een minimumsnelheid van 100 km/u halen op een horizontale weg.

    Dit is verplicht voor de kandidaat die op het ogenblik van het examen geen 21 jaar is. Na geslaagd te zijn voor het praktijkexamen wordt een rijbewijs afgeleverd categorie A “met beperking”, d.w.z. dat het enkel toelaat motorfietsen te besturen met een vermogen van minder dan of gelijk aan 25 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan of gelijk aan 0,16 kW/kg.

    Opgelet: Om te kunnen rijden met een motorfiets waarvan het vermogen groter is dan 25 kW is het vereist het rijbewijs “met beperking”, afgeleverd sinds minimum 2 jaar, om te wisselen op het gemeentebestuur.
     
  • Ofwel een motorfiets zijn zonder zijspan met een vermogen van ten minste 35kw en een vermogen/gewichtsverhouding van meer dan 0,16kw/kg. Hier moet het voertuig een minimumsnelheid van 120km/u halen op horizontale weg.

    Opgelet: Dit is niet toegelaten voor de kandidaat die op het ogenblik van het praktijkexamen geen 21 jaar is. Na een geslaagd praktijkexamen wordt een rijbewijs afgeleverd categorie A “zonder beperking”. De kandidaat in het bezit van een rijbewijs met beperking ( < 25kW) kan vanaf 21 jaar een rijbewijs behalen zonder beperking en zonder 2 jaar te moeten wachten door een geslaagd praktijkexamen af te leggen, hetzij met een erkende rijschool na minimum 2 uur praktijkonderricht, hetzij onder dekking van een voorlopig rijbewijs model 3 (geldig 12 maand) na minimum 1 maand scholing.

Bron: www.goca.be