Home Info en Tips Bandenspanning

Het belang van de juiste bandenspanning

Rij nooit met een te hoge of te lage bandenspanning. Zo vermijd je gevaarlijke situaties en buitensporig brandstofverbruik.

Bandenspanning

Hou je dus strikt aan de bandenspanning die door de autoconstructeur wordt aanbevolen. Die vind je in de handleiding of het onderhoudsboekje van je wagen en doorgaans ook op een vignet in de deur aan bestuurderskant. 

Wanneer bandenspanning controleren?

Controleer de bandenspanning zeker één keer per maand en altijd voor een lang traject. Ideaal corrigeer je ook de bandenspanning als de banden koud zijn, dus nadat je wagen een uur of langer heeft stilgestaan. Voor winterbanden verhoog je de bandenspanning best met 0,2 bar gezien de lagere temperaturen in dat seizoen. 

bandenspanning

Let op voor onderdruk en overdruk

Als een band te weinig is opgepompt, spreken we van onderdruk. Hierdoor zal hij sneller verslijten. Dat gebeurt ook als hij te strak opgepompt is (overdruk). Dan heeft enkel het middenste gedeelte van de band contact met de weg. Ook is de band in dat geval minder wegvast en zal hij minder efficiënt remmen. Een band met te lage of te hoge spanning verhoogt het risico op een klapband en zorgt ervoor dat je wagen meer verbruikt.

Krijg VAB banden­advies

Krijg VAB banden­advies

Vul de vragen in

Of sluit dit bericht

Onze merken

Hulp nodig?

Stel je vraag of laat ons je terugbellen